fbpx

Een dag uit het leven van een dreumes in Corona-Tijd.

Geschreven door Hanny Evers (Best9Moms)

Over Hanny Evers

Leraar & Coach Best9Moms

Met een Masteropleiding Sports & Health en een ALO diploma heb ik jarenlang gewerkt als Docent Sport, Bewegen en Gezondheid. Van Middelbare school tot MBO. Van gymnasium leerlingen met overgewicht tot sport studenten met (veel te veel) ambitie. Ik heb het allemaal gezien. De diversiteit in motivatie, kennis en persoonlijke- of groepsdruk zijn een ongelofelijke leerschool geweest op het gebied van lesgeven en coaching.

Daarnaast heb ik ook nog een aantal jaren gewerkt als Personal Trainer, gespecialiseerd op leefstijlaanpassingen.

Met Best9Moms wil ik mijn ervaringen met jou delen en combineren met mijn kennis op het gebied van bewegen, sport, voeding en ontspanning. Ik gun jou namelijk de beste start van het moederschap die jij je kunt voorstellen.

Een dag uit het leven van een dreumes in Corona-Tijd.

Daar zit ik dan als dreumes in dit Corona Tijdperk. Geen idee wat er allemaal speelt in de wereld. Vrijheid, blijheid is mijn motto. Alleen gebeuren er wel heel veel rare dingen de laatste tijd. Wel fijn dat papa en mama zoveel thuis zijn. Lekker spelen en knuffelen de hele dag en als ik het zat ben dan ga ik lekker op boevenpad. 

Maar wat is dat toch met dat handwassen de hele tijd? Normaal doen we dat alleen voor het eten, nu moet ik om het uur met mijn handen onder de kraan. Niet dat ik dat erg vind. Integendeel, lekker spetteren met water vind ik superleuk! Een mooie gelegenheid om er een lekkere smeerboel van te maken. Oh daar komt mama alweer aan met de handdoek. ‘Goed poetsen’, zegt ze dan. Prima, ook daar zie ik de lol wel van in. Stiekem is dat de reden dat ik zo graag knoei. 

Normaal wandel ik iedere morgen met mama naar school, om mijn grote broer weg te brengen. Saai! Ik mag niet eens de buggy uit in de klas, terwijl ik ook zo graag met de andere kinderen wil spelen. In plaats daarvan kijken we iedere ochtend een filmpje van de juf. Het zijn verhaaltjes over sprookjes. Daarna gaan we meestal knutselen of tekenen. Een beetje moeilijk vind ik dat wel.

Ik vermaak mezelf liever door de stiften uit de etui te halen en er weer in te stoppen. Af en toe proef ik even aan een nieuwe kleur. Dat vindt mama alleen niet zo’n goed idee, geloof ik. Ze pakt iedere keer mijn stiften af als ik dat doe. 

Na het knutselen wordt het pas echt leuk. Dan gaan we buitenspelen. We hebben een hele leuke tuin. Vooral heel veel zand en een klimtoestel. Ik heb een eigen tractor, maar probeer altijd die van mijn broer te pakken. Al is het alleen maar omdat hij dan boos op mij wordt. 

Oh en schommelen vind ik ook erg leuk, gelukkig vindt mama het niet erg om te duwen. 

Ik kan niet stoppen met spelen. Tot ik honger krijg, grote honger. Eigenlijk kan ik dan alleen nog maar huilen. Mijn broer is dan meestal ook wel klaar met buitenspelen. We gaan naar binnen en met een beetje geluk krijg ik een boterham, een glaasje melk en een eitje. Ik ben dol op gekookte eieren! Eigenlijk is ‘ei’ een van de enige woordjes die ik al kan zeggen, ‘ei, ei, ei, ei’ roep ik de hele tijd. 

Ik probeer altijd zo langzaam mogelijk te eten. Ik moet namelijk nog slapen na de lunch. Daar heb ik zo geen zin in! Ik gooi mijn korstjes telkens op de grond en speel graag met mijn beker melk. Ik doe net alsof ik geen zin heb om te eten, maar eigenlijk heb ik gewoon geen zin om te slapen. 

Ik vind het zo gezellig dat papa en mama nu allebei mee eten. Dit moment wil ik zo lang mogelijk rekken. Ik probeer er een feestje van te maken, door vrolijk te lachen en geluidjes te maken. Daar wordt iedereen vrolijk van! Toch komt uiteindelijk het moment dat ik echt naar bed moet. Ik zet het nog even op een krijsen, maar val dan moe en voldaan in slaap. 

Zodra ik wakker word begin ik met kletsen tegen mijn knuffels. Ik brabbel een leuk verhaaltje en ze luisteren heel goed. Zodra ik er genoeg van heb, gooi ik ze weg en roep ik mama en papa. Ze komen meestal wel snel. Het liefst zie ik dan papa, maar mama is ook goed. 

Papa is vaak aan het werken. Normaal gaat hij naar kantoor, maar nu doet hij dat thuis. Ik mag van mama wel gaan kijken als hij aan het werk is. Vaak is hij aan het praten met vreemde meneren en mevrouwen. Die zwaaien dan altijd even naar mij, soms tillen ze ook hun kindje op om terug te zwaaien. Ik heb daar meestal niet zo’n zin in. De knopjes en kabeltjes van de computer vind ik veel interessanter. Ik lach zo lief mogelijk naar papa en probeer dan de knopjes even uit. Ik denk eigenlijk dat hij dit niet zo leuk vindt, want hij geeft mij dan snel terug aan mama. 

Wanneer we beneden komen, wil mama zo snel mogelijk naar buiten. Prima, ik ben vaak nog wel een beetje moe. Een ritje in de buggy bevalt me wel.

Alleen die broer van mij, die doet wel een beetje vreemd. Volgens mij heeft hij niet zo’n zin. Toch gaat hij wel mee, op zijn nieuwe fiets. Die is heel mooi blauw! En hij kan echt heel hard fietsen. Soms valt hij wel om. ‘Gaat wel weer over’, zegt hij als mama vraagt of hij pijn heeft. Best wel stoer hoor. Ik huil meestal heel hard als ik pijn heb. 

We gaan soms naar de winkel, maar daar wil mama zo snel mogelijk weer weg. Liever gaan we naar de speeltuin, maar als het te druk is mag dat ook al niet van mama. Wat is dat toch. Anders ziet mama altijd wel iemand om mee te kletsen en dan kan ik lekker lang spelen. Nu blijft ze bij mij in de buurt en vooral uit de buurt van andere papa’s en mama’s. Ik vind het allemaal maar een beetje raar!

Als we weer thuis zijn gaat mama meestal even werken en dan mag ik met papa spelen. Dat is een groot feest. Nu papa thuis werkt zie ik hem veel meer en doen we vaak leuke dingen samen. Mijn broer mag dan een filmpje kijken.

Ik vind dat maar saai, ik houd niet van stilzitten en niets doen. Laat mij maar rondrennen en stoeien. Zeker nu ik alle aandacht voor mezelf heb. 

Als mama klaar is met werken gaan we eten. Dit duurt soms wel lang. Ik vind groente eigenlijk niet zo lekker. Ik eet liever een cracker, maar dat mag niet van mama. ‘Eerst je groente eten, jongen’, zegt ze dan. 

Na het eten willen papa en mama graag nog naar buiten. Dit deden we eerst nooit, maar nu moet er opeens gewandeld worden. Ik vind het prima, want ik mag daardoor wel later naar bed. Mijn broer gaat ook in de buggy, dat is wel gezellig. Soms mag hij onderweg zelfs een filmpje kijken. Beetje raar hoor, want er is genoeg te zien. 

Ik vind het wel raar dat opa en oma nooit meer komen. Ik mag ze nu alleen maar zien op de telefoon. Dat vind ik altijd zo gek. Ik kan ze zien en horen, maar niet aanraken. Ik probeer het wel, maar dan zijn ze ineens van het scherm af. Ik lach altijd vrolijk naar ze, maar ga dan snel weer spelen. Als ik ze niet kan knuffelen dan hoeft het van mij niet. Ik ga dan gekke dingen doen, zodat ze om mij kunnen lachen. Hopelijk mogen ze snel weer langskomen of kunnen wij weer naar ze toe. Ik mis ze heel erg. 

Ik vind het een vreemde tijd. Papa, mama en mijn grote broer zie ik heel veel. Het is gezellig thuis, papa en mama doen echt hun best om het leuk te maken voor ons. 

Toch merk ik dat er iets niet klopt. Ik mag niet meer met de kindjes spelen bij de opvang, opa en oma komen niet meer langs en papa en mama gaan niet meer naar het werk of de sportschool. Papa en mama overleggen veel samen en zijn soms ook een beetje verdrietig. 

Ik moet ook nog een beetje wennen aan het nieuwe ritme. Hierdoor vliegt er nog wel eens wat speelgoed door te kamer of deel ik een bijt uit. Dit doe ik altijd wel met een grote lach. Zo houd ik de sfeer in huis goed en komen we samen deze tijd wel door. We maken er maar het beste van. Toch zou ik het niet erg vinden als alles weer bij het oude was. 

© Hanny Evers – geschreven April 2020.

Get social!